Als je lijf sneller verandert dan je hoofd kan bijhouden

Gepubliceerd op 21 mei 2026 om 08:00

Ik vind het niet altijd makkelijk om over achteruitgang te praten. Ook omdat ik zelf het liefst kijk naar de dingen die ik nog wel kan. Naar de mogelijkheden die er nog zijn om dingen zelf te kunnen blijven doen. Naar hoe ik mijn leven leef, ondanks de uitdagingen die daarbij komen kijken. Maar hoe graag ik ook kijk naar wat nog wel kan, de realiteit is soms anders.

Mijn lijf gaat sneller achteruit dan dat van een gemiddeld persoon. Dat merk ik. In krachtverlies, in pezen en gewrichten die niet meer zo lekker werken als eerst. In verkramping op de momenten dat het je juist niet uitkomt. En in spasmes die vaker en consequenter aanwezig zijn, waardoor mijn lichaam sneller moe is dan ik zou willen.

Dat zijn geen makkelijke dingen om te voelen en te ervaren. En eerlijk gezegd is het ook niet makkelijk om hierover te schrijven. Omdat achteruitgang niet alleen iets lichamelijks is, het doet mentaal ook iets met je. 

Met hoe dingen die ooit vanzelfsprekend waren, ineens minder vanzelfsprekend zijn geworden. Ik moet daarbij denken aan mijn tweede keukentafelgesprek met een hulpmiddel adviseur. Een halfjaar nadat we elkaar voor het eerst hadden ontmoet, kwam hij opnieuw langs. Tijdens dat gesprek was hij heerlijk eerlijk en recht door zee. Hij zei wat hij zag, en dat was mijn achteruitgang. Niet om hard te zijn. Niet om vervelend te zijn. Maar hij zei gewoon wat hij zag.

Hoewel ik liever kijk naar wat ik nog allemaal kan, kwam die boodschap wel binnen. Omdat ik ook wist dat hij gelijk had. Ook al probeer ik positief te blijven en in mogelijkheden te denken, voelde ik zelf ook dat mijn lichaam in kleine stapjes verandert. Soms bijna ongemerkt. Soms pijnlijk duidelijk. Dingen kosten meer energie. 

Mijn lijf reageert sneller met spanning of spasme. En de vermoeidheid komt eerder dan vroeger. Dat besef doet vanbinnen iets met me. Niet omdat ik mijn leven wil laten bepalen door wat minder wordt, maar wel omdat ik eerlijk wil zijn over wat er gebeurt. Positief zijn betekent voor mij niet dat ik alles wat moeilijk is wil weg stoppen, het betekent dat ik de werkelijkheid onder ogen probeer te zien, hoe confronterend die soms ook is.

Voor mij is dat juist een vorm van wilskracht. Dat je niet alleen blijft kijken naar wat nog kan, maar ook durft te erkennen wat verandert. Dat je ruimte maakt voor verdriet, frustratie of onzekerheid, zonder jezelf daarin te verliezen.  Dat je leert luisteren naar een lichaam dat niet altijd doet wat jij in je hoofd nog graag zou willen.

Mijn hoofd wil vaak nog van alles. Waarin mijn lijf daar niet altijd hetzelfde over denkt. Ja, ik blijf kijken naar welke mogelijkheden er voor mij openliggen. Maar ik leer ook dat eerlijk zijn over achteruitgang daar bij hoort. Niet als opgeven, maar als erkennen. Als meebewegen. Als luisteren naar wat mijn lichaam mij probeert te vertellen.


Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.